Provincie West-Vlaanderen , door mensen gedreven ! Welke mensen ?
Als provincieraadslid , gemeenteraadslid en buurtbewoner – de kleiput ligt immers in mijn achtertuin – en op vraag van talrijke buurtbewoners wil ik na rijp beraad ook mijn bedenkingen met betrekking tot dit dossier openbaar ter kennis geven.
Het is inderdaad zo dat na het ongunstig advies van het gemeentebestuur, de 190 ingediende bezwaarschriften en het unaniem ongunstig advies van de provinciale milieuvergunningscommisie, de uitbater aan de deputatie een verlenging van de behandelingstermijn heeft aangevraagd. Dit werd door de deputatie toegestaan .
Ik moet vaststellen dat in die twee maand een nieuw, afgezwakt dossier ingediend en behandeld is geworden, waarbij gemeentebestuur en bewoners – al dan niet wettelijk – buiten spel worden gezet. De deputatie beschouwt immers de inkrimping van het oorsponkelijk gevraagde voorontwerp, als zijnde geen aantasting in het openbaar onderzoek. Desalniettemin, zijn er toch nieuwe en bijkomende ter vergunning gevraagde elementen in terug te vinden.
Diegenen die nu nog beroep willen indienen, moeten nu volgens strikt bepaalde voorwaarden en mits het betalen van een dossiertaks, bezwaar indienen bij de Vlaamse Regering.
Negatief voor de bezwaarindieners is volgens de deputatie het feit dat het gemeentebestuur de milieuvergunningsaanvraag in 2006 voorwaardelijk gunstig had geadviseerd en dat volgens de deputatie geen enkel bestuur of instantie gepleit had voor het niet-opvullen van de put.
De bedoeling is overduidelijk , namelijk het ontsnappen aan een omvangrijke en tijdsrovende MER-plicht . Daarbij wordt gebruik gemaakt van een anomalie in gewestplannen, gefaseerde ontginningen enz… Alsof natuur en leefmilieu stopt aan de grenzen van de kleiput van Meulebeke en Oostrozebeke die in vogelvlucht slechts een paar honderd meter uit elkaar liggen. Deze techniek, waarbij grotere projecten, desnoods via verschillende firma’s, gefragmenteerd worden aangevraagd om zodoende ‘ de bittere pil doorslikbaar te maken’ is pertinent oneerlijk. Eens een deel vergund is geraakt is de bal ‘aan het rollen’ en kan een verdere uitbreiding moeilijk tegengehouden worden.
In de vergunning hangt een zweem van partijdigheid. Er wordt immers letterlijk en op subjectieve wijze vermeld dat Ferryn, de milieuconsulent van de aanvrager, ( maar ook de vroegere milieuconsulent van de gemeente, die met hen samen tegen de zin in van de Oostrozebeekse milieuraad, de nabestemming van de kleiput had vastgelegd) DE DESKUNDIGE is op vlak van natuur en nabestemming van putten en storten, zoals blijkt uit zijn betrokkenheid bij de storten te Rumbeke en Lendelede.
In het nu vergunde dossier zijn tal van bezwaren niet meer aan bod gekomen en gewoon van tafel geveegd. Zo worden er aan de uitbater geen eisen gesteld of oplossingen aangeboden over de verkeersimpact, mag er dieper worden uitgegraven , zijn er geen maatregelen tegen inkalving van de zijkanten opgelegd, worden landschapsstorende elementen zoals bermverhogingen en het begraven van bomen tot aan de kruin toegestaan,enz…Wat een verschil met het feit dat een aantal jaren terug hier ooit in de Vinkstraat PV’s opgesteld werden tegen personen die een aardeophoping van een metertje hoog naast hun visvijvertje liggen hadden, begrijpe wie begrijpe kan.
Verder zal grond rond een bewoonde landbouwerswoning afgegraven worden. Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat de deputatie bewoning in een ontginning toelaat.
Het verwonderd mij ook dat OVAM tijdens de provinciale vergunningscommissie, waarop ik ook aanwezig was, verklaarde dat in de put kankerverwekkende benzeen-tolueen en xyleenconcentraties werden vastgesteld die niet afkomstig waren van een kleiontginning en een landbouwactiviteit. De waarden heb ik opgevraagd, maar zijn mij in tegenstelling tot hun toen aangehaalde openbaarheid van bestuur, nog niet meegedeeld. Het lijkt mijns inziens hoogst ongebruikelijk een inrichting toe te staan bovenop een mogelijke bodemverontreiniging. Het is in elk geval zo dat de deputatie geen toezichthoudende opdracht heeft, éénmaal vergund is voor hen de kous af en de milieuinspectie laat tot op heden niets van zich horen.
Er werd een nieuwe inrit afgesproken , ter hoogte van Meulebeke ( want die weten toch van niets ? ), en het verkeer wordt gestuurd naar binnenwegen die zijn opgenomen in bovenlokale functionele en recreatieve fietsroutes en verboden voor zwaar vervoer.
Het staat de uitbater volledig vrij naar eigen goeddunken te beslissen of hij maatregelen neemt tegen stof-en lawaaihinder. Een sproeiinstallatie of een wielwasinstallatie zijn niet verplicht, men maakt enkel melding van “indien nodig…”. Het alom gekende stofprobleem in Oostrozebeke (één van de ergste in Vlaanderen) is volledig aan de aandacht van de deputatie ontsnapt.
Ondergetekende zal in de eerstvolgende gemeenteraad en aan de deputatie gerichte vragen stellen omtrent deze vergunning. Ik zal eveneens de gemeenteraad voorstellen om ondubbelzinnig voor de niet-opvulling van de put te stemmen en het college van burgemeester en schepenen de opdracht te laten geven beroep tegen deze beslissing in te dienen.
Ook wil ik de uitbater erop attent maken dat de juridische intimidaties tegenover een gebuur, in de openbaarheid gebracht op diverse info-vergaderingen, getuigen van weinig of totaal geen fatsoen.
De opgesomde punten zijn niet limitatief, er zijn nog meer argumenten voorhanden mochten gemeentebestuur, verenigingen en privé- of rechtspersonen beroep bij de minister willen indienen. Wie weet kan de CD&V minister Hilde Crevits bij de volgende verkiezingen nog scoren met de problemen dat haar West-Vlaamse deputatie en Oostrozebeekse gemeentebestuur hier gecreëerd hebben.
In een volgende stap kan nog naar de Raad van State getrokken worden. Wordt vervolgd…..
Met vriendelijke groeten
Franky Devaere